A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N O
P
| Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | toelichting

 

V

vacat = ontbreekt (niet gepasseerd voor schepenen)
Vaconna / Vechta / Vidrus = Vecht
vadius = borg
Vagenum = Wageningen
Valac(h)r(i)a / Walac(h)r(i)a = Walcheren
valde = zeer
valere, valui II = waard zijn
    bona valentia annuatim circa ... = goederen die jaarlijks ongeveer opbrengen ...
vallis = dal
Vallis Rosarum = Roosendaal
varii = verschillende
varioli (plur.) = pokken
vector, -is = voerman
vehemens, -ntis = hevig
vel = of
Velisena = Velsen
Vellepo = Velp
Velsatum / Visetum = Visť
Velua / Felua = Veluwe
venalis (prostat ~ ) = (is) te koop
vendere, vendidi, venditum III = verkopen
venter, ventris M = buik
    curator ventris = curator over een ongeboren vrucht
ver, veris N = lente
verbum = woord
    ad verbum = woordelijk
Veria / Campoveria / Vurnia = Veere
vernalis = van de lente, lente-
vero (bijw.) = echter, waarachtig
versus + acc. = in de richting van
Vervia / Ververiae = Verviers
vesper, -i = avond
vespera = avond
vespertinus = van de avond, 's avonds
vestiarius = kleermaker
veteraquensis = uit Oudewater
Veteraquinium, Veteres Aquae = Oudewater
vetulus = oud
vetus, veteris = oud
vexillarius = vaandrig
vi zie: vis = met geweld; krachtens
via = straat, weg
vicarius = vervanger, vicaris, kapelaan
vicem alicuius supplere/agere = iemands plaats innemen, iemand vervangen
vicesimus = twintigste
vicinus = buurman, naburig, (mede)bewoner
vicus = straat, wijk, gehucht
videre, vidi, visum II = zien
    vide = zie
    vidi = ik heb gezien (zoals wij een paraaf zetten)
    viso ..., visa ..., visis ... = na het zien van ...
videlicet = namelijk
Vidrus / Vaconna / Vechta = Vecht
vidua = weduwe
viduus = weduwnaar
Vienna = Vianen
vigilia = (nacht)wake
viginti = twintig
vilicus = villicus
villa = dorp, boerderij
villicus = pachter, rentmeester, meier
vinitor = wijnkoper, wijnhandelaar
vir, viri = man, echtegenoot
virga(ta) = roede (opp. maat)
virginitas, -tatis F = maagdelijkheid
virgo, -ginis = maagd, jongedochter
   
virgo devota = geestelijke maagd, kwezel, klopje
virguncula = meisje
vis, vim (acc.), vi (abl.) = kracht, geweld
    vires, virium, viribus = krachten
    vi + gen. = krachtens
Visetum / Velsatum = Visť
visitatio, -nis F = bezoek, inspectie
visus van videre = gezien
vita = leven
    vitś =
van het/zijn/haar leven
    ad vitam = voor het leven
vitrarius, vitrearius = glazenmaker, glasblazer
vitricus = stiefvader
vivere, vixi, victum = leven
    vivens, -ntis = levend
vocare = noemen
    vocatur = wordt genoemd
votum = belofte
    vota secunda = tweede beloften (het huwelijk)
vulgariter, vulgo = in de volkstaal
vulneratus = gewond
vulnus, vulneris N = wond
Vurnia / Veria = Veere

 

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N O
P
| Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | toelichting