A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N O
P
| Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | toelichting

 

B

baccalaureus = geleerde, academicus
Baduhennae lucus = Veluwe
Bagalosum = Bakel (NB)
baiulus = besteller, drager, bode
    baiulus lit(t)erarum = postbode
ballivus = baljuw
balneator, -is = badmeester
Bamestra = Beemster
bannum = "banne", het gedwongen gebruik van bijv. de molen van de heer
bannus = afkondiging
    bannis actis = na de (drie) afkondigingen
bannitus = vogelvrijverklaarde, balling
baptisare, baptizare = dopen
    baptizatus = gedoopt
    baptizatorum = van de gedoopten
baptisma, -tis N; baptismum; baptismus = doop(sel)
    baptismum necessitatis = nooddoop
Baptista = doper
    Ioannes Baptista = Johannes de Doper, Jean-Baptiste
barbaricus = zijdewerker
barbarius, barbitonsor = barbier
baro, -nis = baron, vrijheer
baronia = baronie
Basilea = Basel
Bastonia / Bastonacum = Bastenaken (Bastogne)
Batavoburgium / Batavorum Oppidum = Batenburg
Batavodurum = Wijk bij Duurstede
batavoduranus = uit Wijk bij Duurstede

batavus = Nederlands
    batave = in het Nederlands
Batavorum insula, Bat(h)ua, Betuwa = Betuwe
beatus = heilig (niet: zalig)
bedellus = pedel, gerechtsdienaar
begina = begijntje
belgicus = Nederlands, Belgisch
    belgice = in het Nederlands
Belgium = Nederland, BelgiŽ
    Belgium Novum = Nieuw Holland, New York
Bellomontium / Bellus Mons = Beaumont
beneficium = beneficie (inkomen van een geestelijke)
benedicere, benedixi, benedictum III = zegenen
benedictio, -nis F = zegen, inzegening
beneficium = weldaad, (voor)recht, beneficie (inkomen van een geestelijke), ambt
   
beneficia = weldaden, (voor)rechten, inkomsten
   
beneficium curatum = een ambt, waaraan zielzorg verbonden is
benevolus = welwillend
Bercizoma, Bercomum, Bergae ad Zomam = Bergen op Zoom
Bergae = Bergen (Mons)
Bergae Divae = Geertruidenberg
Berolinum = Berlijn
Beverovicum = Beverwijk
biblia = bijbel
bibliopola = boekverkoper
bidellus = pedel, gerechtsdienaar
biduum = twee dagen
bienn(al)is = tweejarig
binatus: binati filii = tweelingen
Bindrium zie: Buscum Ducis
bini = twee
binubus = voor de tweede keer getrouwd
bladarius = graanhandelaar
bladum = graan
Bolsverda = Bolsward
bombardarius = gewerenmaker
bombex, -bicis = katoen
Bommelia = Zaltbommel
Bononia = Bologna
bonus = goed; bona ook: goederen
Borussia = Pruisen
Bosc... zie: Busc..
Brabantia, ook Bracbantum, Bratucpantus = Brabant
braxator, -is = brouwer
bredanus = van Breda
Brema = Bremen
brevis = kort
Brida / Briela / Helium = Den Briel
Brouwari portus / Bruvenhavia = Brouwershaven
Brugae (Flandorum), Brugis, ook Brudg... = Brugge, te Brugge
Bruxellae, Bruxellis = Brussel, te Brussel
bruxellensis = Brussels, van Brussel
Bullio(nium) = Bouillon
Burdigala = Bordeaux
burgensis, -is = burger
burgimagister, -tri = burgemeester
bursarius, bursator = beurzenmaker
Buscus Ducis / Silva Ducis /
    Boscoducum / Bindrium = 's-Hertogenbosch

 

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N O
P
| Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | toelichting